• Home
  • Nieuws
  • 9-2-2018 Jaarvergadering met aansluitend boeiende lezing

9-2-2018 Jaarvergadering met aansluitend boeiende lezing

De vóór de vergadering uitgereikte nieuwsbrief (door Ans Baar samengesteld), kunt u ook op deze  website lezen. Er waren dit keer ongeveer 50 mensen voor deze avond gekomen, zodat het bestuur tevreden kon zijn. Ze zijn met z’n vieren gebleven omdat niemand zich kandidaat had gesteld voor een functie.

20180209 1

Interim voorzitter Ton Kuijs toonde beelden van de bemanning van een in de oorlog in Nederhorst den Berg neergestort gevechtsvliegtuig.

Hij kreeg later op de avond van vijf mensen, te weten Cor Brakenhoff, Jaap Jansen, Herman van der Molen, Cees Stalenhoef en Ton Vendrig, de verzekering dat ze mee zouden werken aan het tot stand komen van een herinneringsmonumentje in de buurt van de crash. Het hele verhaal kunt u in de komende Werinon lezen.

‘De Nederlandse Wortels van New York’
Gert Tetteroo begon na een korte pauze met zijn lezing over New York en de daarheen getrokken Nederlanders met wat hij hun VOC-mentaliteit noemde.

20180209 5Hij is directeur van het spoorhuis Vinkeveen (Demmerik), dat daar dankzij zijn inzet nog daadwerkelijk langs het traject van de voorheen bijna niet meer te herkennen voormalige spoorlijn Aalsmeer- Nieuwersluis staat. Daarnaast is hij tevens directeur van de ‘Stichting Hudson 500 (1609-2109)’. Deze vereniging ijvert voor het levend houden van het gegeven dat Nederland een groot aandeel heeft gehad in de ontwikkeling van de Verenigde Staten. Dat Tetteroo daarover zeer optimistisch is ingesteld blijkt uit het noemen van de jaartallen. In hun jubileumjaar 2009 heeft een deel van de leden met een replica van de ‘Halve Maen’ (het schip van Henry Hudson) in Amsterdam over de Amstel en het IJ gevaren. Het was een groot succes, zelfs verslaafden raakten van hun verslaving af omdat ze iets gezien hadden dat er helemaal niet kon zijn. Tetteroo hoopt dat er over 91 jaar weer op grootse wijze feest wordt gevierd!
Henry Hudson heeft vier ontdekkingsreizen gemaakt. Het waren allemaal pogingen om via de Noordkaap in Azië te komen. Helemaal koosjer schijnt zijn handelswijze niet geweest te zijn, want hij had volgens het scheepsrecht de ‘Halve Maen’ eigenlijk gekaapt. Hoe dan ook New York ligt aan de Hudsonrivier en verderop heet een baai de Hudson Bay. Henry claimde op 11 september 1609 het gunstig gelegen Manhattan. Hout en bevervellen waren de voornaamste handelswaar. In 1625 ‘kocht’ Nederland het gebied met een oppervlakte van 11000 morgen voor f 60,- van de indianen. Vanaf dat jaar ontwikkelden zij de kolonie en golden er dezelfde wetten als in de Republiek. Het in die tijd aangelegde stratenpatroon (nu nog herkenbaar) was geënt op de omgeving van Amsterdam. Vandaar o.a. de namen Brooklyn en Bowery, de verengelste namen van Breukelen en Beverwijk.. Het gebied kreeg de naam Nieuw Nederland. In 1664 ruilde de Republiek het met de Engelsen tegen Suriname, omdat in haar ogen de aanleg van plantages lucratiever zou zijn.

Gouverneur Peter Stuyvesant gaf zich in dat jaar zonder strijd te voeren over aan de Engelsen. Bij de onderhandelingen toonde hij zich onverzettelijk [hij hield zijn (houten) poot stijf (reactie uit het publiek)]
ten aanzien van het behoud van de Nederlandse bezittingen en de vrijheden. Dat lukte wonderwel en de vrijheden kwamen later terug in de Amerikaanse grondwet. De vlag van New York bestond ín 1625 uit de kleuren oranje-blanje-bleu en dat is altijd zo gebleven.

Aan de hand van bewaarde persoonlijke verhalen uit de 17e en 18e eeuw kregen een aantal bewoners een gezicht. Een van hen, Joris Rapalje, deed het bijzonder goed in zijn nieuwe vaderland. Zijn naam doet nou niet bepaald vertrouwens wekkend aan. Hij kwam waarschijnlijk uit een gezin dat in Nederland onderaan de sociale ladder stond. Binnen twee generaties brachten zijn nazaten het tot grote rijkdom.
Dat de behouden rechten werkten, bleek uit het geval Asser Levy. Deze Joodse man had geen rechten, maar zou wel mee moeten betalen aan de bouw van de Wall, een verdedigingsmuur (het latere Wallstreet). Levy ging in beroep tegen de gouverneur bij de Staten van Holland. Deze mediator stelde hem in het gelijk.   
Tot slot vertelde Tetteroo (hij woonde vijf jaar in New York) dat hij in een park aan de praat raakte met een mevrouw. Toen hij haar vroeg of zij wel eens van Catalina Trico (1605-’89) had gehoord, antwoordde ze hem dat zij een van haar miljoen Amerikaanse nazaten was. Catalina stond bekend als de bonte hond uit de periode dat Stuyvesant de scepter op Manhattan zwaaide. Het kan verkeren!
Kortom een interessante en prima gepresenteerde lezing.     

Gerard Baar