Het vliegtuig / The airplane

English translation

Een vliegtuig neergestort in de Horstermeerpolder

De fatale vlucht

Ondanks de grote hoeveelheid neergestorte vliegtuigen tijdens de Tweede Wereldoorlog worden er slechts een paar bergingen per jaar verricht omdat het vaak kostbaar is (een recente berging in het IJsselmeer kostte ruim € 1.000.000) maar ook nog gevaarlijk. Ook in Nederhorst den Berg is een vliegtuig neer- gestort en wel op 14 mei 1943.
Een bommenwerper was in een luchtgevecht met een Duitse jager in brand geschoten en crashte bij het boezemkanaal van de Horstermeerpolder. De vijf inzittenden kwamen om het leven. Het betreffende toestel behoorde tot de Royal Canadian Air Force, Squadron 426 en was van het type Wellington HE697.

Op verzoek van de auteur herhaalde het Canadese Ministerie van Defensie recent de volgende verklaring:

“In de nacht van 14 mei 1943 werd een vloot van 426 bommenwerpers uitgezonden voor een aanval op Bochum. De groep naderde het doel van uit het zuiden en ondervond zware tegenstand van af- weergeschut met zoeklichten op het traject tussen Keulen en Düsseldorf. Op de weg terug werden de vliegtuigen aangevallen door Duitse nachtjagers. Om 02.53 uur stortte een toestel neer bij Neder- horst den Berg, Nederland.”

Van de 426 bommenwerpers gingen er 24 verloren en werden er 74 beschadigd. Squadron 426, dat mee deed met tien bommenwerpers, verloor er twee, waarvan één boven Nederhorst den Berg.

De inwoners van Nederhorst den Berg

In het boekje ‘Nederhorst den Berg tijdens de oorlog 1940 - 1945’ van april 1986 geven twee dorpsgenoten een ooggetuigenverslag van het voorval: Niek van den Berg vertelde dat het vliegtuig brandend neerstortte en dat het staartstuk ca. 80 meter achter hun huis terecht kwam. Doordat de munitie in het vuur ontplofte kon je het wrak niet benaderen. De ondernemer Toon de Bruin kwam aangesneld en dacht nog enige benzine als zeer schaarse brandstof te kunnen opvangen t.b.v. zijn taxibedrijf annex ziekenvervoer.

Zijn latere schoonzoon, Piet Mijwaart, bevestigt in januari 2018 ook het voorval. Hij vertelt dat het vliegtuig in de lucht ontplofte en dat de brokstukken aan weerszijden van - en in het boezemkanaal van de Horstermeerpolder te- recht kwamen. Ook beschrijft hij de angstige momenten toen het brandende staartstuk rakelings over hun huis scheerde voordat het neerviel achter de boerderij van Van de Berg. Als 14-jarige was Piet natuurlijk nieuwsgierig en probeerde enige souvenirs te bemachtigen. Hij vond een naamplaatje met de naam How (de staartschutter) en een klein zuurstofflesje. Bang voor represailles van de bezetter heeft hij het flesje begraven in de polder op de plaats waar nu de manege staat.

Enige tijd later, vertelt Piet verder, was zijn zwager Jaap Scherpenhuizen, ondergedoken om dwangarbeid in Duitsland te voorkomen, in de werkplaats van zijn vader aan het werk. Plotseling stonden er enkele Duitse soldaten voor zijn neus. Toen hij van de grootste schrik was bekomen, begreep hij dat deze als bergingsploeg hulp zochten van een metaalbewerker bij het opruimen van het vliegtuigwrak. Zo moest Jaap helpen bij het slopen van de grote stukken van het vliegtuig zoals de cockpit en de staart. Hiertoe fietste hij even later op zijn bakfiets met gasflessen en snijbrander door het weiland van Van Benschop naar het wrak. Alle ooggetuigen bevestigen dat het weiland van Van de Berg en van Van Benschop bezaaid lag met onderdelen van het vliegtuig. Omdat de Duitse bergingsploeg van 4 man ook naar het terrein van het ongeval kwam, was de inmiddels toegesnelde bevolking van het dorp erg terughoudend met het verzamelen van onderdelen als souvenirs.

An airplane crashed in the Horstermeerpolder

The fatal flight

Despite the large number of aircraft that crashed during the Second World War, only a few salvages are carried out each year because it is often not only expensive (a recent salvage in Lake IJsselmeer cost more than € 1,000,000), but it is also dangerous. In Nederhorst den Berg a plane also crashed on 15 May 1943.
A bomber had been set on fire in an air battle with a German fighter and it crashed near the drainage canal of the Horstermeerpolder. The five crew members were killed instantly. The aircraft in question, a Wellington HE697, belonged to the Royal Canadian Air Force, Squadron 426.

The Canadian Ministry of Defence recently stated:

“On the night of 14 May 1943 a fleet of 426 bombers was deployed for an attack on Bochum. The group approached the target from the south and encountered fierce opposition from guns and searchlights on the route between Cologne and Düsseldorf. On the way back, the planes were attacked by German night fighters. At 2.53 a.m. a plane crashed at Nederhorst den Berg, the Netherlands."

Of the 426 bombers, 24 were lost and 74 were damaged. Squadron 426, which participated with ten bombers, lost two planes, one above Nederhorst den Berg.

The inhabitants of Nederhorst den Berg

In the booklet ‘Nederhorst den Berg during the war 1940 – 1945’ of April 1986, two villagers gave an eyewitness account of the incident. Niek van den Berg said that the aircraft crashed while burning and that the tailpiece landed about 80 meters behind his house. Because the ammunition exploded in the fire it was not possible to approach the wreck. The entrepreneur Toon de Bruin hurried there and thought he could still collect some petrol, which was a very scarce at the time, for his taxi company and ambulance work.

In January 2018 his son-in-law, Piet Mijwaart also confirmed the incident. He said that the aircraft exploded in the air and that the debris ended up in and on both sides of the drainage canal of the Horstermeerpolder. He also described the fearful moments when the burning tailpiece skimmed over their house before it fell behind Van de Berg's farm. As a 14-year-old Piet was naturally curious and tried to get some souvenirs. He found a name tag with the name How (the tail gunner) and a small oxygen bottle. Afraid of reprisals from the occupier, he buried the bottle in the polder where the riding school is now.

Some time later, Piet continued, his brother-in-law Jaap Scherpenhuizen, in hiding to prevent forced labour in Germany, was working in his father's workshop. Suddenly a few German soldiers stood in front of him. When he had recovered from the shock, he understood that as a salvage team they were seeking help from a metal worker in cleaning up the plane wreck. Jaap had to help cut up the large pieces of the aircraft such as the cockpit and the tail. To do this he went a little later on his cargo bike with gas cylinders and a cutting torch through the meadows from Van Benschop to the wreck. All eyewitnesses confirmed that the fields of Van de Berg and Van Benschop were littered with parts of the aircraft. Because the German recovery team of 4 men also came to the site of the accident, the people who had come to watch from the village were very reluctant to collect parts as souvenirs.

In his official report the then mayor of Nederhorst den Berg, Mr. B.A.Ph. van Harinxma thoe Slooten, described the incident and the fact that the German salvage team was pleased to be accommodated in the castle. He also reports the discussion he had with the Germans. They claimed that two English planes had crashed; a bomber and a fighter plane. The mayor dismissed that as nonsense. The eyewitnesses also mentioned that the remains of the 5 crew members were removed by the Germans with great respect from the wreckage in daylight. A funeral director from Hilversum later took care of the transport and of the funeral at the War Cemetery in Leusden on 17 May 1943.